Sigaren                               Gerelateerde artikels

Behoeven de Cubaanse sigaren nog een introductie ? Uiteraard niet.
De "Havana's" zijn wereldbefaamd en leggen de kwaliteitslat voor concurrerende tabaksproducerende landen al meer dan 130 jaar heel hoog. Toch behouden de Cubaanse kleinoden heel wat van hun geheimen. Waaraan is nu precies die unieke kwaliteit van een Havana-sigaar te danken ? Hoe wordt een sigaar gemaakt ? Wat gaat er allemaal aan vooraf ? Wat is een goed merk ? Hoe herken je een goed sigaar ? enz.

Zonder hier een gespecialiseerde website te willen zijn inzake sigaren en de sigarenwereld bieden we hier toch een overzicht en een aantal antwoorden op veel gestelde sigarenvragen. Voor wie elk aspect van Cuba wil proeven.

  * De Cubaanse sigaren
  * Samenstelling van een sigaar
  * Van zaadje tot tabakshut
  * Van tabakshut tot sigarenkistje
  * Enkele befaamde Cubaanse sigarenmerken
  * Waar komt eigenlijk het sigarenbandje vandaan ?
  * Consumptie

 

 

De Cubaanse sigaren blijven nog steeds een uitzonderlijke topkwaliteit behouden dankzij een unieke combinatie van manuele arbeid, ambachtelijke knowhow, specifieke bodemgesteldheid en -samenstelling en klimaat. Het voortdurend selecteren van het beste zaad zorgt er nog eens extra voor dat de eersteklaskwaliteit van de tabak behouden blijft.
Laten we eens kijken hoe we van tabakszaadje tot gegeerd genotsproduct komen.

 

Samenstelling van een sigaar

Een Havana-sigaar wordt samengesteld uit 5 verschillende soorten tabaksbladeren. Het binnenste van een sigaar bestaat uit een mengeling van drie soorten bladeren : volado, seco en ligero. Meer of minder van de ene of de andere soort bepaalt hoe de sigaar zal smaken. De compositie van deze binnenste bundel verschilt dan ook van merk tot merk en behoort tot de keukengeheimen van elk sigarenhuis. Rond deze binnenste bundel tabaksbladeren komt een 'capote', die alles samen houdt. Deze 4 soorten bladeren zijn allemaal afkomstig van de zogenaamde "criollo"-tabaksplant, de meest voorkomende op Cuba. Tot slot wordt het geheel omvat door de "capa". De capa bepaalt het uitzicht, de kleur en het aanvoelen van de sigaar en wordt dan ook met extra zorg bejegend. Capa-bladeren zijn bovendien afkomstig van een andere tabaskvariant, namelijk de "corojo"-plant. Deze plant levert uitsluitend bladeren voor de buitenste deklaag van de sigaren (= capa). Er wordt dan ook speciaal op toegezien dat er geen vlekjes of plekjes op deze bladeren komen te zitten. Tijdens de groeiperiode bijvoorbeeld zullen plantages van corojo-planten overspannen worden met katoenen doeken, om de planten te beschermen tegen al te felle zonnestralen.

 

Van zaadje tot tabakshut

Zes à zeven maanden per jaar duurt de tabakscyclus op Cuba, van september-oktober tot februari-maart. De rest van het jaar (april-augustus) kan de grond rusten en zich herstellen, klaar voor een volgende cyclus. In die periode zal de tabaksboer zijn akkers meermaals omploegen om een zo luchtig mogelijke bodem te verkrijgen. Daarom ook zal men nog steeds bijna uitsluitend van trekdieren gebruik maken in plaats van tractoren.
Experimentele stations zorgen voor de verdeling van tabakszaad onder de boeren die in de maand september overgaan tot het zaaien. Na ongeveer 45 dagen bereiken de plantjes een hoogte van 15 à 20 cm en zijn ze klaar om uitgeplant te worden. Opnieuw zullen de tabaksplanten er 45 à 50 dagen over doen om volgroeid te raken. In die periode wordt elke plant meermaals door de boer gecontroleerd: er wordt nagekeken of er geen ziektes op de plant aanwezig zijn maar - uiterst belangrijk - er wordt ook op toegezien dat de top van de plant alsook zijscheuten op tijd verwijderd worden, zodat de bladeren in omvang kunnen toenemen. Tijdens die groeiperiode zullen de corojo-planten met katoenen doeken afgeschermd worden van al té felle zon dit om ervoor te zorgen dat de bladeren het uniforme uiterlijk en de zachte textuur behouden nodig voor de capa, het buitenste dekblad van een sigaar. De criollo-plant daarentegen wordt net wel aan de felle zon blootgesteld omdat zulks de smaak en de intensiteit van de tabak ten goede komt.

Na 50 dagen breekt de oogstperiode aan, een monnikenwerk. De bladeren worden manueel 1 per 1 geplukt en dit niveau per niveau. Elke plant heeft 8 of 9 hoogtes waar telkens 2 bladeren ingeplant staan. Elk van deze paren wordt afzonderlijk geplukt. De positie van het blad bepaalt immers mee de smaak. Hoe hoger het blad aan de plant, hoe langer het blootgesteld werd aan de zon en dus hoe sterker en intenser de smaak. De onderste bladeren zijn ouder, verloren reeds wat kracht en zijn dus zachter van smaak. Tussen het plukken van de bladeren van 1 niveau en een volgend niveau zit meestal een 6-tal dagen tijd. +- 40 dagen zijn verstreken wanneer een volledige plant is geoogst.
Alle geoogste bladeren komen hierna in de tabakshutten terecht die de tabaksproducerende regio's van Cuba nog steeds sieren.

 

Van tabakshut tot sigarenkistje

Een eerste fase bij het bewerken van de tabaksbladeren is het drogen. Hiertoe worden de bladeren twee aan twee over stokken gehangen en in de tabakshutten op een houten stelling geplaatst. Na opnieuw een 50-tal dagen hebben de bladeren hun roodachtige goudbruine kleur aangenomen en zijn ze klaar voor een eerste gistingsproces. De bladeren worden in speciaal daarvoor bedoelde opslagplaatsen gestapeld in hopen van een halve meter hoog. Door het vocht dat nog steeds in de bladeren aanwezig is ontstaat een spontane gisting of oxidatie. Dit kan tot 30 dagen duren. Dit proces vermindert de harsachtige stoffen in de tabak en geeft de bladeren een meer uniforme kleur. Voortdurend wordt de interne temperatuur in elke "pilon" of hoop tabaksbladeren gecontroleerd met speciale thermometers. Wanneer de temperatuur hoger dan 35°C wordt, wordt de stapel uiteengehaald, de bladeren geschud en opnieuw gestapeld.

Na dit eerste gistingsproces worden de bladeren opnieuw bevochtigd zodat ze weer soepel worden.Op die manier kunnen de hoofdnerven gemakkelijk verwijderd worden. De twee verkregen halve bladeren worden nu gesorteerd, afgaand op kleur, textuur en vorm en opnieuw gestapeld, dit keer op stapels van meer dan 1 meter hoog, de zogenaamde "burros". Een tweede gisting kan beginnen, veroorzaakt door het overtollige water na het bevochtigen en het grotere gewicht van de stapel. Tot 60 dagen kan deze fase duren en opnieuw controleert men heel regelmatig of de temperatuur niet boven de 42°C uitkomt. Het chemisch proces dat dit keer voltrokken wordt verdiept en verfijnt de smaak van de tabak.

Na deze fase worden de bladeren opnieuw even open gelegd en vervolgens ingepakt in bladeren van de koningspalm. Deze bundels komen in opslaghuizen terecht alwaar de tabak nog maanden of soms jaren kan rijpen, tot ze naar de sigarenfabrieken gebracht worden in Havana, klaar om tot sigaren verwerkt te worden. Dit moment is cruciaal. Elk tabakshuis (merk) bezit een aantal "meesters" die nu uit de aangeboden tabaksstapels hun keuze gaan maken. Al hun kennis en expertise wordt aangewend om een uitgebalanceerde mix te maken tussen volado, seco en ligero-bladeren, de smaakmakers van de sigaar. De door hem gekozen bladeren gaan in kleine stapeltjes (genoeg voor het maken van 50 sigaren) naar de sigarenrollers, die hiermee aan de slag kunnen. Deze laatsten zijn enorm bedreven in hun werk en kunnen soms tot bijna 200 sigaren per dag rollen (gemiddeld 120 per dag). Hiervoor zitten ze aan lange tafels en gebruiken ze een scherp afgerond mes, een "chaveta", een mal, een guillotine-mes, een pers en wat plantaardige lijm. Met handige vingers nemen ze de bladeren voor de "tripa" samen, de smaakmakers, rollen er het "capote"-blad rond en stoppen het geheel in een mal en onder de pers voor ongeveer een half uurtje. Wanneer de goed aangedrukte sigaren hieruit komen slaat de sigarenroller er de "capa" omheen - het hoogkwalitatieve speciale corojo-dekblad - en verlijmt het ene uiteinde met wat plantaardige lijm. De andere kant wordt onder de guillotine geplaatst en netjes afgeknipt. Eén sigaar is klaar.

sigaren rollen

Maar niet zomaar elke sigaar is ok. Vooraleer het kleinood de fabriek verlaat ondergaat het een rigoreuze kwaliteitscontrole. Gewicht, lengte en diameter worden netjes gemeten; elke afwijking wordt afgekeurd en komt niet in de verkoop terecht. De overige sigaren worden nu naar cederhouten stapelrekken gebracht waar ze minstens een paar weken tot soms een paar maanden rusten, en het overtollige vocht verliezen. Ze worden er bewaard in ideale omstandigheden, zijnde bij een luchtvochtigheid van 65 à 70 % en een temperatuur tussen 16 en 18°C.

Maar nog ligt de sigaar niet bij de consument. Na de vermelde rustperiode gaan de sigaren naar de tafels van de "escogedores", de sorteerders, waar de laatste fase in de productie start. Een fase die erop gericht is een zo perfect mogelijke presentatie van een kistje Havana-sigaren te bekomen. Aan een lange, brede tafel zal de "escogedor" de sigaren rangschikken volgens kleur en nuances. De man merkt daarbij niet enkel verschil tussen lichte en donkere sigaren maar onderscheidt zo maar even 65 verschillende tinten. Een tweede sorteerder zal ieder apart stapeltje in kistjes rangschikken, ook hier nog eens van donker naar licht (ook al lagen ze op de sorteertafel reeds op 1 stapeltje, dus horend bij 1 specifieke tint). Tegelijk zal deze persoon ook bepalen welke de voorzijde van de sigaar zal zijn wanneer hij in het kistje terechtkomt. Bij verdere bewerkingen (bijvoorbeeld het aanbrengen van de sigarenbandjes, allemaal afgemeten op dezelfde hoogte) mag de sigaar niet meer op een andere manier in het kistje gelegd worden. De cederhouten kistjes worden nu verder bekleed en afgewerkt met de verschillende kwaliteitslabels die de onbetwiste kwaliteit van de Havana-sigaren aanduiden.

 

Een aantal van de meest befaamde Cubaanse sigarenmerken

Cohiba
De Cohiba-sigaar is zowat de Rolls Royce onder de sigaren. Nochtans is het een vrij jong merk. Cohiba werd immers pas in 1966 gecreëerd, toen enkel en alleen voor diplomatiek gebruik (ook Fidel Castro zelf rookte Cohiba's tot hij in .... stopte met roken). Pas in 1982 werd Cohiba ook te koop gesteld voor het grote publiek. Drie types sigaren werden toen beschikbaar : de Lancero, de Corona Especial en de Panetela. Vanaf 1989 kwamen daar de Espléndido, de Robusto en de Exquísito bij. Hiermee was de volledige Línea Clásica nu voor het grote publiek beschikbaar. In 1992 werd een nieuwe reeks gelanceerd, de Línea 1492 : Siglo I, II, III, IV en V.
De Cohiba-sigaren onderscheiden zich niet alleen van de overige sigaren door een enorm prestige dat ze wereldwijd genieten maar ook nog door een heel specifiek punt in hun productie: de tabaksbladeren voor de productie van Cohiba's hebben uitzonderlijk een derde gisting ondergaan (twee bij de overige sigaren) om de smaak ervan nog meer te verfijnen en om overtollige teerproducten te verwijderen.

 

Monte Cristo
Nog zo'n klassieker onder de Havana-sigaren. Monte Cristo is meteen ook de meest populaire onder de Cubaanse sigaren hoewel ook dit merk vrij recent is binnengekomen op de sigarenmarkt. In 1935 lanceerde de familie Menéndez het merk en wanneer de Menéndez in 1937 de tabaksfabriek van H. Upmann verwerven wordt de hele productie van Montecristo naar de H. Upmann fabriek verplaatst. Aanvankelijk ging het om een vijftal soorten sigaren die bestempeld werden met een nummer in plaats van met een naam. Nummers die echter al snel de weerklank en de kracht van een naam kregen. Wie kent als sigarenroker niet de befaamde Monte Cristo nummer 4 ? In de jaren 1970 kwamen er naast de genummerde Monte Cristo's nog een aantal soorten bij, dit keer wel met een naam. Hieronder kregen we onder meer de gigantische A-klasse en de Monte Cristo Especial. Sinds 2000 werd het gamma uitgebreid met de Pequeño Robusto, in een gelimiteerde editie.

 

Romeo & Julieta
Het merk Romeo & Julieta kreeg vooral faam doordat een befaamd en verstokt sigarenroker R&J rookte, met name Churchill. De symbiose ging verder en R&J noemden uiteindelijk zelfs één van hun sigaren Churchills. Het sigarenhuis werd gesticht in 1875 door twee Asturianen, Alvarez en García maar kreeg pas echt succes vanaf 1903 wanneer het overgenomen wordt door "Pepín" Fernandez Rodríguez. De man was een onverzadigbaar reiziger en liefhebber van paardensport. Hij liet zijn eigen paard Julieta meeracen in heel Europa en liet voor vele aristocraten in het Europa van begin de 20ste eeuw gepersonaliseerde sigarenbandjes produceren.
De fabriek had zich tegen 1950 gespecialiseerd in het vervaardigen van "figuratieve" sigaren (met gepersonnaliseerde bandjes) maar bestaat de dag van vandaag niet meer. De productie van Romeo & Julieta is momenteel verspreid over de overige sigarenfabrieken van Havana.

 

Bolívar
De grote bevrijder van Zuid-Amerika, Bolívar, de man die het continent van het Spaanse koloniale juk bevrijdde, uiteraard mocht die man niet ontbreken binnen het gamma van de Cubaanse sigaren. In 1901, 71 jaar na zijn dood, lanceert het tabakshuis Rocha in Havana een nieuw merk onder de naam van Bolívar, dit als eerbetoon aan de Libertador. Het mag geen verrassing zijn dat deze sigaren bekend staan als vrij sterke sigaren, opnieuw in navolging van de persoonlijkheid van Bolívar.

Partagas
In 1845 opende de Partagasfabriek haar deuren in Havana. Don Jaime Partagas was de stichter van het nieuwe sigarenmerk. De Partagas-sigaren worden er nog steeds gemaakt op hetzelfde adres, Industria 520, een fabriek die tussen 1987 en 1990 volledig gerestaureerd werd. Ook Partagas staat ervoor bekend een sterke, zware sigaar te zijn.

H. Upmann
Herman Upmann was een bankier. Hij was zo gepassioneerd door de sigaren die hij ontving uit Cuba dat hij besloot om in 1844 te verhuizen naar Havana om er een bank te openen maar tevens een tabaksfabriek. Zijn bank werd al snel gesloten maar de sigaren H. Upmann maken nog altijd deel uit van een select clubje sigaren met wereldfaam. Deze sigaren zijn eerder zacht van karakter, en bezitten een heel typische smaak.
In 1935 lanceerde H. Upmann een nieuw merk, Monte Cristo, uitgegroeid tot zowat de meest populaire Havana-sigaar ter wereld.

 

Waar komt het sigarenbandje eigenlijk vandaan ?

Een sigaar zonder sigarenbandje ziet er enigszins kaal of naakt uit, zo onlosmakelijk lijkt een sigaar verbonden met het niemendalletje dat zo vaak verzameld wordt. Maar waar ligt de oorsprong van de sigarenbandjes ?

Reeds in de 18de eeuw zou Katharina van Rusland, zelf een groot sigarenfanaat, aan haar sigaren kleine stoffen bandjes hebben laten bevestigen opdat zij bij het roken geen vergeelde vingers zou krijgen. Naar verluidt zouden iets later, halfweg de 19de eeuw, een aantal aristocraten er eveneens hun beklag over hebben gedaan dat hun sigaren hun handschoenen bevuilden terwijl ze er hoegenaamd niet aan dachten om noch de ene gewoonte noch de andere achterwege te laten.
Tabaksmeester Gustav Bock zou uiteindelijk met de oplossing gekomen zijn : een kleine strook wit papier rond de sigaar, net daar waar de vingers het kleinood vasthouden. Later ging men de witte strookjes versieren om zo ook het oog wat te gunnen. Al snel ontstond de gewoonte om er kleine kunstwerkjes van te maken, iets waar verzamelaars gretig naar gingen uitkijken. Tegen het einde van de 19de eeuw waren de sigarenbandjes reeds heel gegeerd bij verzamelaars, te meer daar het in die periode bij de aristocraten de gewoonte was om hun eigen portretten te laten afbeelden op de bandjes, wat uiteindelijk zorgde voor een oneindige reeks verschillende exemplaren.

 

Consumptie

Bent u geïntrigeerd door de Cubaanse sigaren en wil u er proefondervindelijk kennis mee maken ? Denk eraan dat bepaalde merken gekend zijn omwille van hun krachtige smaak, andere eerder voor een zachtere smaak. Nog andere hebben zowel zachte als zwaardere sigaren in hun gamma. Hou er rekening mee dat de kracht van een Havana sterker wordt naarmate u hem rookt. Eenmaal voorbij de helft van uw sigaar ontplooit zich vaak pas de volle smaak ervan. Hierdoor komt een langere sigaar uiteraard zwaarder over dan een kortere sigaar.
Dikkere sigaren branden trager dan dunnere en bieden meestal een zachtere smaak. De kleur van een sigaar daarentegen is meestal niet echt bepalend voor de smaak ervan. Vaak denkt men dat donkerder sigaren krachtiger zijn maar dit is niet correct. De smaak wordt immers bepaald door de interne mix van tabaksbladen en niet door de buitenste "capa".
Als u sigaren gekocht heeft, dan kan u die - net zoals wijn - verder laten rijpen in hun cederhouten kistje en idealiter ook in een "humidor". Een "humidor" is een speciaal kistje waarin gemakkelijk de ideale condities voor het bewaren van sigaren kunnen gerespecteerd worden namelijk een temperatuur tussen 16 en 18°C en een relatieve luchtvochtigheid tussen 65 en 70 %. Op die manier kunnen sigaren tot 15 jaar en meer bijgehouden worden.

Wanneer u een sigaar gaat opsteken kan u gemakkelijk controleren of het kleinood goed bewaard werd : als u de sigaar tussen duim en wijsvinger neemt en lichtjes drukt, dan moet hij zacht aanvoelen, het dekblad zijdeachtig en bovendien herkent u een lichte natuurlijke glans die veroorzaakt wordt door de olie die de tabak bevat.
Vervolgens kan u de sigaar knippen. Gebruik hiervoor een speciaal voorzien mesje (liefst met twee snijbladen), een "guillotina", anders loopt u het gevaar dat het dekblad van de sigaar gaat afbladderen. Prik nooit met een lucifer een gaatje in de punt van uw sigaar gezien dit de tabak binnenin gaat samendrukken waardoor de sigaar minder goed gaat trekken. Uw sigaar kan u nu opsteken met lucifers of met een gasaansteker - gebruik nooit de vlam van een kaars of een benzine-aansteker aangezien u hiermee de smaak van uw sigaar kunt beïnvloeden.
Denk er tot slot aan dat u een sigaar niet inhaleert en dat u hem nooit ofte nimmer uitduwt. Een sigaar kan u gewoon perfect vanzelf laten uitdoven.

Klaar voor een boeiende kennismaking ?