Reizen naar Cuba

Sinds Cuba halfweg de jaren negentig de deuren voor het internationale toerisme wijd open zette, heeft het land een steile opmars gekend binnen de toerismemarkt. Iedereen wou en wil wel eens met eigen ogen dat koppige eilandje zien. Voor de enen gaat het om de muziek en schwung, eigen aan de Cubanen en hun levensstijl, voor de anderen gaat het om natuur, voor nog anderen gaat het om het politieke en maatschappelijke unicum dat het eiland verpersoonlijkt.

 

* Reizen naar Cuba: wat is er te zien ?
* Waar dien ik rekening mee te houden als ik naar Cuba reis ?
* Reisinformatie

 

 

 

 

Reizen naar Cuba: wat is er te zien ?

Op de kaart van Cuba hieronder kun je klikken op de betreffende plaatsnamen om wat meer informatie te krijgen over een aantal van de belangrijkste trekpleisters van het eiland.

cuba kaart

 

 

Waar dien ik rekening mee te houden als ik naar Cuba reis ?

Om in Cuba te reizen is het belangrijk dat je de achtergrond van het land kent.  Dit is overigens het geval voor elk land dat je bereist. Naar Iran reizen zonder een beetje achtergrond van het land maakt dat je vaak voor verrassingen komt te staan.  Hetzelfde geldt voor Cuba.

Om te beginnen is het dus goed om de geschiedenis van het toerisme in Cuba te bekijken zodat we ons een idee kunnen vormen van het land waar we naartoe reizen.  Het toerisme in Cuba kan men indelen in drie periodes: de periode voor de revolutie, de periode van het lokaal toerisme en tenslotte de internationale periode.

De periode voor de revolutie wordt vooral getekend door rijk Amerikaans toerisme dat vooral geïnteresseerd was in casino’s en strandvakanties.  Het binnenland van Cuba werd niet geëxploiteerd en bijgevolg pikte de plattelandsbevolking niets mee van de opbrengst die het toerisme had kunnen betekenen voor het eiland.  Niet dat de toevloed van Amerikanen een bloeiende sector betekende voor de Cubaanse bevolking.  De meeste hotels werden trouwens door Amerikaanse ketens uitgebaat, maar het bracht wel een aantal jobs met zich mee. 

De periode van het lokaal toerisme begint na de revolutie (1959) en geeft de Cubanen zelf de mogelijkheid om binnen hun land te reizen en op hotel te gaan.  Er worden overal “campismos” opgericht en de lokale bevolking kan op die manier op vakantie gaan in eigen land.  De "campismos" bestaan meestal uit bungalows met een centraal gebouw waar de sanitaire voorzieningen zijn en waar men een bar en een restaurant heeft.  Deze periode duurt tot begin jaren 90.

Tenslotte opent Cuba zijn deuren voor het internationaal toerisme begin jaren 90 en zo komen we meteen ook in de internationale periode.  De stap naar het internationaal toerisme is geen vrije keuze geweest van het land.  De gevolgen van de val van de Berlijnse muur en het instorten van het “Oostblok” brachten Cuba in een economische impasse. Alle handelsakkoorden die Cuba afgesloten had kwamen in het gedrang.  De zogenaamde Speciale Periode werd afgekondigd en Cuba werd verplicht om een nieuwe bron van inkomsten te zoeken.  Zich bewust van de “toeristische rijkdom” waarover het land beschikt werd geopteerd voor een stap in die richting.  Er werden contracten gesloten met internationale hotelketens en er werd een infrastructuur uitgebouwd die ervoor moest zorgen dat er op korte termijn deviezen binnenkwamen.

Hoewel de nood aan deviezen in Cuba op dat moment heel groot was, werd dit plan goed uitgewerkt.  In tegenstelling tot de buurlanden (Mexico en Dominikaanse Republiek) verkocht Cuba zijn grondgebied niet aan de hotelketens maar ging werken in het kader van joint-ventures, of wat men in Cuba “empresas mixtas” noemt.  Dit wil zeggen dat het buitenlands bedrijf in Cuba kan investeren, maar dat hun aandeel nooit boven de 49% zal of kan gaan. Cuba behoudt steeds de meerderheid in elke investering.  Dit heeft een groot voordeel: de opbrengst van het toerisme dient voor 51% in Cuba te blijven en voedt op die manier de economie: de hoofddoelstelling van het hele project.  Bovendien beseften de Cubanen ook wel dat ze gedurende bijna 40 jaar geen deel hadden uitgemaakt van de internationale markt en dat ze die markt dan ook opnieuw zouden moeten leren kennen.  Door samen te werken met internationale ketens konden ze opnieuw de nodige kennis opdoen zodat ze als volwaardige speler op de markt konden verschijnen. Een nadeel was echter dat er bij elke joint-venture een nogal logge structuur werd opgezet waarbij op alle niveaus een buitenlandse directie en een Cubaanse directie moesten leren samenwerken om op die manier telkens tot compromissen te komen. Een ander nadeel is uiteraard - vanuit Cubaans economisch standpunt - dat niet de volledige winst in Cuba blijft maar slechts de helft ervan. 

Toerisme werd als oplossing gelanceerd voor de economische crisis waar het land zich op dat moment in bevond.  De paradox wil echter dat toerisme een dure sector is en dat Cuba eerst enorme investeringen diende te doen om een deftige infrastructuur op te bouwen voor er ook maar 1 dollar terugkwam.  Bovendien moesten de eerste inkomsten opnieuw in de sector geïnvesteerd worden om aan de eisen van de internationale markt te voldoen.  Het project werkte, maar het is spijtig genoeg een project gebleken dat pas op lange termijn vruchten ging afwerpen en niet op korte termijn aan de behoeften van het land kon beantwoorden.  Ondertussen zijn we 15 jaar verder en heeft Cuba een hele infrastructuur uitgebouwd die over het ganse land verspreid is, zodat ook de andere provincies (buiten de hoofdstad Havana) een graantje kunnen meepikken. Toch blijft nog steeds een groot deel van de investeringen in Havana en een aantal badplaatsen hangen (Varadero, Cayo Coco, Guardalavaca), wat toch soms tot wrevel kan leiden bij mensen uit het binnenland in de minder bezochte provincies.

Met de bovenstaande feiten in het achterhoofd zal een en ander voor potentiële Cuba-reizigers al duidelijker zijn wanneer men er uiteindelijk op het eiland mee geconfronteerd wordt, maar misschien is het toch ook goed om even te kijken wat nu eigenlijk de doelstellingen van het Cubaanse maatschappelijke bestel zijn, want ook die doelstellingen bepalen het reilen en zeilen in Cuba en dus ook het toerisme op zich. Dit resulteert erin dat een aantal aspecten in de toerismesector heel anders zijn dan in andere toeristische bestemmingen en dit kan nog wel eens voor problemen of wrevel zorgen bij mensen die onvoorbereid naar Cuba op reis gaan.

Misschien het meest frappante gegeven is het feit dat de mens boven de winst staat, iets wat niet altijd heel goed begrepen wordt en dat trouwens nogal contradictorisch is in een kapitalistische sector als het toerisme. Toch gaat men op Cuba in het toerisme niet altijd de winstcijfers als eerste bekijken. Een heel goed voorbeeld hiervan zijn de evacuaties en andere maatregelen bij orkaangevaar. Wanneer een bepaalde toeristische zone bij orkaandreiging in de voorspelde gevarenzone blijkt te liggen, dan gebeurt het wel eens dat die zone volledig ontruimd wordt. Dit betekent in de praktijk dat op dat ogenblik de civiele bescherming het hoogste woord gaat voeren en dat hun beslissingen wet worden. Als de civiele bescherming beslist om alle mensen en dus ook de toeristen uit een gebied te evacuëren naar een veiliger plaats, dan geschiedde zo. Een nooit eerder gezien fenomeen in de Caraïben. Bovendien kan het voorkomen dat sommige (toeristische) diensten niet meer zullen verleend worden omdat men op dat moment niet kan instaan voor het goede verloop van deze diensten.

Een ander belangrijk punt dat aansluit bij het vorige is het feit dat de toerist “beschermd” wordt tegen verscheidene vormen van "bedrog".  Voor sommige bezoekers komt dit vreemd over.  In het oude gedeelte van Havana bijvoorbeeld ziet men meer politie in de straten patrouilleren dan op de meeste andere plaatsen. Bezoekers zien hier soms/vaak een politiestaat in. De bedoeling van deze politie-aanwezigheid is echter de bescherming van u als toerist. In Havana zijn er heel veel mensen die zich uitgeven als gids zonder daarvoor de nodige opleiding te hebben genoten. Wil dit per definitie zeggen dat de zwarte-markt gids u verkeerde informatie zal geven ? Misschien niet, maar hij heeft niet echt het recht zich uit te geven voor gids (net zoals we ook bij ons voor de meeste activiteiten een diploma en/of vergunning nodig hebben) en bovendien zal de man of vrouw in kwestie u in de meeste gevallen meetronen naar een plaats waar u op de zwarte markt sigaren kunt kopen of een ander product. De overheid wil er daarom op toezien dat u als toerist een gids krijgt die wel degelijk een opleiding kreeg. Ook is het zo dat de officiële gidsen betaald worden door het ministerie van toerisme en de straatgidsen worden dan ook aanzien als mensen die het “eerlijke" of legale arbeidscircuit ondermijnen. Een officiële gids met een opleiding wil op Cuba in elk geval niet zeggen dat deze mensen u met “propaganda” zullen overladen. Een gemiddelde Cubaan is immers kritisch waar nodig en zal zeker niet altijd de overheid naar de mond praten. Maar zij kennen in elk geval wel de juiste namen van bomen en planten, kennen de correcte geschiedkundige achtergrond van gebouwen en monumenten, en weten u wegwijs te maken in het verleden en heden van Cuba. Bovendien mogen ze in de musea ook uitleg geven en hebben ze een taalopleiding gekregen die maakt dat ze zich vlot kunnen uitdrukken in de door u gekozen taal.

Sommige reizigers stellen zich er ook vaak vragen bij waarom ze niet zomaar overal mogen meerijden met de lokale oude Amerikaanse wagens. Die oldtimers zijn toch immers een stuk van de charme van het land. Dit feit heeft echter louter te maken met de verzekering van deze wagens. Veel van de oldtimers zijn helemaal niet verzekerd en wanneer zich een ongeval zou voordoen, zou u volledig zelf voor eventuele medische kosten dienen op te draaien. Intussen werden wel al een aantal van die wagens toerist-vaardig en/of -waardig gemaakt waardoor u nu toch al een behoorlijke vloot Chevy's, Cadillacs, Buicks en Pontiacs te uwer beschikking heeft.

Tenslotte is het nuttig om ook even te kijken naar de monetaire situatie op het eiland.
Wie naar Cuba reist moet weten dat de Cubaanse munt (peso cubano) niet door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) erkend wordt. Dit wil zeggen dat Cuba als land geen producten kan aankopen op de internationale markt om die met zijn eigen munt te betalen. Om producten aan te kopen op de internationale markt dient Cuba dus een andere munt te gebruiken als 'go between'. Sinds de eerste helft van de jaren 1990 en tot de beginjaren 2000 was ditt de Amerikaanse dollar (US$). Niet omdat deze munt voor Cuba dé handigste betaaleenheid was maar gewoon omwille van het feit dat de US$ in die periode wereldwijd de meest verspreide en aanvaarde munt was. Het gebruiken van de US$ als tussenmunt bezorgde Cuba echter ook de nodige problemen: de VS verbieden Cuba immers al meer dan 40 jaar om hun munt te gebruiken, dit als onderdeel van het economisch embargo. Cuba diende daarom bij het gebruik van US$ via een derde land te werken om producten aan te kopen. Sinds de euro echter in omloop kwam, streeft Cuba er meer en meer naar om deze munt als enige tussenmunt te gebruiken. De euro wordt intussen ook wereldwijd aanvaard en er is immers geen enkele reden die Cuba zou beletten in euro te betalen op de internationale markt. 
Ter plaatse in Cuba worden toeristen dan ook aangemoedigd euro's binnen te brengen in het land, en geen US$. Dit wordt gestimuleerd door simpelweg een heel hoge commissie (ongeveer 10 %) aan te rekenen als u het land binnenkomt met US$ die u wil omwisselen in de Cubaanse "peso convertible" of CUC. Bij het omwisselen van euro naar de CUC is deze commissie er niet.
En omwisselen is een must trouwens, want als bezoeker dient u alles te betalen in die zogenaamde "omzetbare peso" of "peso convertible" (CUC). Ook voor Cubanen zijn intussen heel wat zaken enkel nog te koop met CUC's en niet langer alleen maar in de echte Cubaanse munt, de "peso cubano". Deze laatste is ongeveer 24 keer minder waard dan een CUC, die op zijn beurt een koers heeft van 1.1 ten opzichte van de euro.

 

 

 

Reisinformatie

Het is hier niet de bedoeling om alle facetten van het reizen in Cuba te belichten, enkel de "afwijkende" gedragscodes komen aan bod, omdat een toerist die voor de eerste keer Cuba bezoekt ze nu eenmaal niet kan kennen. Je mag ervan uitgaan dat Cuba het veiligste land is van het Amerikaans continent als je vrij wil rondtrekken. Dat wil echter niet zeggen dat er geen misdaden gepleegd worden ! Gewapende overvallen zijn er onbestaand, maar zogenaamde "kleine criminaliteit" komt geregeld voor. Neem dus steeds de nodige voorzorgen, net zoals je dat in om het even welke plaats ter wereld zou doen : niet openlijk pronken met fonkelende juwelen, je dure fototoestel, je handtas, of andere waardevolle voorwerpen niet losjes in de hand houden, maar liever aan je lichaam, stoel, bagagerek... verankeren.
Wees ook op je hoede voor "mooipraters" : die zouden je kunnen afleiden en in een ogenblik van verminderde oplettendheid iets kunnen stelen.
Deze opmerkingen gelden vooral waar je massatoerisme aantreft. Elders mag je in principe op je beide oren slapen.

Vriendschap en relaties

Er lopen in Cuba wel wat (± 100.000) zogenaamde ´economische malcontenten´ rond, die via het toerisme een uitweg proberen te zoeken uit hun materiële armoede door buitenlanders «aan de haak te slaan» met de bedoeling dat die hen dan financieel steunen. Ze worden «jineteros» genoemd, ´bespringers´ van paarden, en bij uitbreiding van ´toeristen´. Zou je potentiële vriend(in) uit Camaguey, Havana, Santiago... komen, kortom een plek bezocht door veel toeristen en/of je als eerste aanspreken met één of ander voorwendsel, let dan goed op !. Kan je die persoon moeilijk van je afschudden of duikt hij telkens «toevallig» op waar ook jij naar toe gaat (in jullie eerste kennismaking werd beleefd gepolst waar je naartoe ging) is het bijna wiskundig zeker : dat is een «jinetera/o».

Enkele tips :
* wanneer ze zélf voorstellen om iets te gaan drinken, eten,... en dat ze het dan normaal vinden dat de buitenlandse toerist alles betaald, liefst met de ganse vriendenkring en familie erbij, wees dan op je hoede
* als de Cubaan(se) steen en been klaagt over het feit dat hij/zij niets kan kopen en zich vervolgens welwillig financieel laat onderhouden mag je achterdochtig worden, een «normale» Cubaan is te fier om - zeker vanaf het begin - geld aan te nemen. Medicamenten is iets anders, daar geraken ze wegens de VS-blokkade in bepaalde omstandigheden nog maar moeilijk aan.
* een groot leeftijdsverschil (> 20 jaar) is absoluut te wantrouwen
* blitse kledij kan wijzen op veelvuldige contacten met toeristen, dus «jinetería». Het is theoretisch nochtans steeds mogelijk dat ze gesteund worden door buitenlandse familie (in Miami of Madrid), maar waarom zoeken ze dan contact ?
* Wanneer ze «Bélgica» of «Bruselas» niet weten liggen op de wereldkaart kan dat een belangrijke aanduiding zijn dat ze hun studie niet afgemaakt hebben omdat ze geld wilden verdienen op straat, met andere woorden «jinetería». Cubanen zijn namelijk zeer hoog opgeleid en hebben interesse voor wereldpolitiek.

Klassiek scenario
* Een jinetera/o tracht eigenlijk zo snel mogelijk te trouwen en in het buitenland te gaan wonen.
* De volgende logische stap is dat de buitenlandse «echtgenoot» een huis in Cuba koopt op naam van de Cubaan(se) en bovendien het nodige geld stort op het Cubaans spaarboekje, voor de familie, weet je wel.
* Doorgaans wordt vervolgens de relatie verbroken, namelijk wanneer de buitenlandse «echtgenoot» zich op een bepaald ogenblik vragen begint te stellen omdat de Cubaanse partner allerlei uitvluchten verzint om langer dan afgesproken in Cuba te blijven («zieke moeder» is meestal een zéér geloofwaardig argument).
Kortom, het is vandaag, als toerist, écht moeilijk om een Cubaanse vriend(in) te leren kennen die NIET uit is op je geld. Kijk dus goed uit je doppen.

Dit alles zijn natuurlijk theoretische beschouwingen, men kan altijd een «witte raaf» ontmoeten !
Wees om bestwil een beetje achterdochtig, maar verlies daarbij evenmin niet uit het oog dat de overgrote meerderheid van de Cubanen uitzonderlijk lieve mensen zijn.

Geldzaken
 
* De munteenheid voor de toeristen is sinds eind 2004 de CUC, of peso convertible. Meenemen van dollars is niet aangewezen. Immers, je kan er nergens mee betalen, en als je de dollar uitwisselt tegen CUC dan betaal je 10% belastingen. Dus neem kleine coupures van Euros mee en wissel deze in CUC. Voor 1 Euro krijg je tussen de 1.10 en 1.20 CUC. De lokale munt, de Peso(moneda nacional) kan je slechts op weinige plaatsen gebruiken (groentemarkten, krantenkiosk, meeneempizza's, boekenwinkels), dus wissel maar enkele Euros in pesos. Je krijgt immers tussen de 22 en 24 pesos voor 1 CUC. 
* Met VISA CUC ophalen kan in elke stad van iets of wat omvang, zeker waar je veel toeristen ontmoet.( let wel dat je een commissie zal betalen) 
Je kan dat doen in kantoren van banken(aan te raden) en CADECA (CAsa DE CAmbio). Je vindt deze kantoren uiteraard in de grotere steden, maar ook in kleinere stadjes. De Cubagids van "Le Routard" vermeldt of er zich een kantoor in het stadje bevindt (samen met andere praktische informatie). NOOIT op straat wisselen, men zou in onbruik geraakt geld durven aanbieden.
* In elk toeristisch gebied kan je in principe betalen met VISA (hotel, winkel, eten, drinken). Steeds wat CUC achter de hand houden voor... je weet maar nooit (bvb : machientje stuk, telefoonlijn werkt niet, uitgeleend...).
* Particulieren hebben GEEN beschikking over VISA : eten, drinken en slapen moeten contant in CUC betaald worden.

* Er bestaan 2 geldcircuits : één voor de Cubanen in peso (licentie met gele streep) en één voor toeristen in CUC (licentie met blauwe streep), soms tref je beide licenties aan, maar als toerist (zelfs één tussen een groepje Cubaanse vrienden) betaal je bijna altijd in CUC. Je MOET enkel in peso betalen wanneer de verkoper alleen maar een gele licentie heeft. Om alle misverstanden te vermijden : Je krijgt ook steeds het geld terug waarmee je betaald hebt.
Betaal ook nooit véél te véél omdat je de prijs zo belachelijk weinig vindt. Soms weten de mensen dan niet wat er gaande is en plaatsen ze grote vraagtekens. Dit geldt uiteraard in gebieden waar er geen toeristen komen... In toeristische gebieden daarentegen zal je onmiddellijk merken dat een deel van de Cubanen op straat leeft van het "bedelen". Onder alle mogelijke vormen en met alle denkbare en ondenkbare smoesjes trachten ze dan wat bij te "verdienen". Best NIET op ingaan, deze straatverdieners hebben het financieel meestal veel beter dan hardwerkende ingenieurs, informatici, dokters,...

Voedsel en drank
 
* Voedingswinkels voor de Cubanen verdelen het afgemeten rantsoen en daar kan je als toerist niet kopen, enkel met de "libreta" (rantsoeneringsboekje).
* Op marktjes of bij partikulieren (aan hun woning) kan je wel zaken kopen : sigaretten (merk : POPULAR), snacks, drankjes, groente en fruit in peso (soms nemen ze CUC aan, maar dat mag eigenlijk niet, dus NIET doen), "artisanaat", boeken, meubelen,... praktisch altijd in CUC, zeer uitzonderlijk - in NIET-toeristische streken - in peso.
* Staatswinkels hebben meestal (soms is de voorraad uitgeput) voldoende eten, drinken, rookgerief, juwelen, parfum, gebruiksvoorwerpen, wasprodukten, drogisterij... in voorraad. ALTIJD moet je betalen in CUC. Eten en drinken voor onderweg koop je best een beetje vooraf (OP=OP !).

Restaurant
 
* In restaurantjes voor Cubanen (gele licentie) MOET je in peso betalen, niet schrikken van de prijs : spotgoedkoop. Hebben ze echter OOK een blauwe licentie betaal je in CUC. De bediening kan soms wat "sloom" aandoen.
* In restaurants voor de toeristen en in de hotels betaal je natuurlijk steeds in CUC of met VISA.
* In een PALADAR, particulier restaurant (meestal van behoorlijke kwaliteit) mét blauwe licentie enkel cash. Soms kan men daar ook overnachten.

Overnachten

* Door de massale groei van het aantal toeristen op enkele jaren tijd is het niet meer zo zeker dat er steeds ergens een hotelbedje op jou ligt te wachten zonder te reserveren. Aan trekkers zouden we aanbevelen om, al was het de avond van tevoren, via een telefoontje de komende overnachting(en) vast te leggen. Ook de eerste nacht in Cuba leg je best al vanaf België vast, het vliegtuig kan steeds vertraging hebben en het is niet prettig om in een onbekende stad wanhopig op zoek te gaan naar slaapgelegenheid.
* Elk hotel van iets of wat capaciteit heeft een loket met toeristische dienst, waar men je graag zal helpen in je zoektocht naar een gelegenheid om te overnachten.
* Een goedkoper alternatief is overnachten bij burgers ("casa particular"). Je hebt dan ook de gelegenheid om de vriendelijke bewoners beter te leren kennen. Informeer eerst of ze een licentie hebben, anders zou je wel eens met een niet zo prettig verhaal (diefstal, bedrog...) naar België kunnen terugkeren. De prijzen in Havana liggen tussen de 20 en de 35 CUC voor een kamer, elders mag je rekenen tussen de 15 (laagseizoen) en 25 (hoogseizoen) dollar. Blijf je enkele dagen op dezelfde plaats overnachten, kan je een prijs afspreken.  
* Kampeerterreinen bestaan er wel in Cuba, maar dat werkt helemaal anders dan bij ons. Het komt er in feite op neer dat je er alleen maar een eenvoudige stenen of houten "cabana" (hut) kan huren voor weinig geld (5 à 10 CUC per persoon). Schrik niet als blijkt dat je de enige "kampeerder" bent (behalve tijdens de maanden juli en augustus) en dat er niemand is om je verder te helpen.

Vervoer

Dat is steeds een probleemkindje geweest. Tegenwoordig gaat het een pak beter.
* In steden vind je doorgaans voldoende lijnbussen (peso), koetsen, fietstaxi's, coco-taxis en gewone taxis.(CUC).
De Cubanen zijn kampioenen in het bedenken van grappige namen : in Havana kan je niet naast de zelfgemaakte "camello", een metalen versie van een "kameel", kijken.
* De trein is ook een belevenis : vroeger was die meestal veel te laat, tegenwoordig rijdt hij klokvast. Er zijn nu drie soorten treinen en het spoornet wordt langzaam maar zeker hernieuwd. Het is een prettige ervaring om te reizen samen met de Cubanen. Je dient wel op te passen voor diefstal : in de stations (bij stoppen/vertrekken) wil het wel eens voorvallen dat men een zak of een valies wegrukt uit het rek, uit de trein springt en er mee aan de haal gaat. Helaas gebeurt dat dan zeer dikwijls 's nachts... Vooral de omgeving van Camaguey is (was ?) te duchten.
* Taxi's vind je overal en zijn een beetje goedkoper dan bij ons. PANATAXI is nog iets goedkoper en stipt, tenzij je liever de nóg goedkopere partikuliere taxi (opgelet : nog steeds mét licentie) neemt, met wat geluk is het een oude amerikaanse "slee".
* Voor degenen die niet van "avontuur" houden : VIAZUL is een vervoersmaatschappij (nieuwe luxebussen) die een klokvaste verbinding verzekert tussen de belangrijkste steden en toeristische gebieden. Er moet betaald worden in CUC/VISA, reserveren en betalen via internet is mogelijk, www.viazul.com .
Er bestaat een parallel buscircuit voor Cubanen (Astro), maar een toerist die met zulke meestal overvolle bus wil meerijden moet  in CUC betalen. De nu oudere bussen worden vervangen door nieuwe Chinese bussen. 
* Auto's huren kan je via de toeristische dienst van het hotel of in een filiaal van Havanautos,Cubacar, Micra,e.a.... Het wagenpark bestaat uit recente voertuigen.Je kan ook via internet reserveren en betalen. 
Reken op minstens 50 Euro per dag voor een kleine wagen.
Er is in principe geen enkele beperking op je bewegingsvrijheid : je mag overal vrij rondrijden (uitgezonderd in militair gebied). 
Er zijn nu voldoende benzinestations, maar de afstand ertussen is soms groot. Tijdig bijtanken is dus de boodschap, d.w.z. niet wachten tot de tank zo goed als leeg is.(de prijs is ongeveer dezelfde als in Europa) 
* Vliegtuig : als je op een snelle wijze van de ene kant van het eiland naar de andere kant wil reizen zou je kunnen overwegen om een binnenlandse vlucht te nemen : op 1 1/2 à 2 uur vlieg je van Havana naar Baracoa of Santiago. Info eveneens aan het loket van de toeristische dienst van het hotel of rechtstreeks bij "Cubana de Aviacion" of " Aerocarribean". 
* En dan is er natuurlijk nog de fiets, waarmee je de kleinste uithoeken van het land kan bezoeken en het "échte" Cuba leren kennen, waar je dus NIET bestolen, bedrogen,...wordt. Je kan er huren, maar opgelet, soms durft men totaal versleten materiaal uitlenen.

Hygiëne en gezondheid

* Als je als toerist veilig wenst te spelen, drink dan gekookt kraantjeswater of bronwater uit flessen. In "toeristische" gebieden zou je het kunnen overwegen om kraantjeswater te drinken. Sinds de val vande muur is het voor Cuba veel moeilijker (lees : duurder) geworden om ontsmettingsmiddelen (chloor) voor het drinkwater en geneesmiddelen in het algemeen aan te kopen wegens de blokkade van de Verenigde Staten. Daarom kan je in principe niet meer onbezorgd kraantjeswater drinken.
* De geneeskunde staat op een uitzonderlijk hoog niveau. Er zijn in verhouding meer dokters dan bij ons ! Hospitalen vind je in elke stad. Elders vind je ALTIJD minstens een hospitaaltje(policlinica) of een infirmerie (in afgelegen plaatsen met enkele huizen). Voor Cubanen is alles volledig gratis : medikamenten, ziekenhuiskosten, operaties.
Spijtig genoeg moet er vandaag (uit noodzaak, wegens de blokkade door de VS) soms afgewogen worden of antibiotica toch maar beter aan iemand in levensgevaar wordt gegeven dan aan iemand met een "banale" ontsteking... De nadruk ligt tevens op het preventief aspect en wordt van kindsbeen aangeleerd. Door de schaarste en dus uit noodzaak kent de kruidengeneeskunde een hoge vlucht.
Opgelet : Bovenstaande geldt NIET voor toeristen, die hebben deviezen en kunnen de nodige medicatie betalen (tot voor de komst van het grootschalige toerisme was ook dat gratis !).

Reisverzekering

Vanaf 1 mei 2010 is de voorlegging van een medische reisverzekering bij aankomst in Cuba wettelijk verplicht.
Reisverzekeringen van Amerikaanse maatschappijen of van maatschappijen die de financiële afwikkeling van een verzekeringsdossier laten verlopen door een in de VS gevestigde vertegenwoordiging worden niet aanvaard.
Gelieve na te gaan of de verzekering van uw ziekenfonds voldoende dekking biedt voor uw bestemming en uw manier van reizen. Houd er rekening mee dat deze verzekering vervalt na een verblijf van 3 maanden. Een aangepaste reisverzekering met voldoende dekkingslimiet (reisbijstand, repatriëring, rechtsbijstand) is absoluut noodzakelijk.
Het is tevens goed om te verifiëren voor uw vertrek of de verzekeringsmaatschappij een samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten met de Cubaanse verzekeraar Asistur; in de afwezigheid van een dergelijke overeenkomst kan de dienstverlening van Asistur enige vertraging oplopen.

De volgende maatschappijen hebben met Asistur reeds een overeenkomst afgesloten :
Elvia-Brussel
Europ Assistance
Eurocross
VTB-VAB (Inter Assistance)
Mapfre Benelux
Mondial Assistance
Touring Club België

Meer weten over deze verplichte verzekering ?